virtualisatie · proxmox ve

Eén oude computer, meerdere servers tegelijk

Proxmox VE is gratis, open source virtualisatiesoftware waarmee je één stuk hardware opdeelt in meerdere, volledig gescheiden virtuele machines en containers. Ideaal als je de diensten van de vorige pagina niet allemaal door elkaar op één systeem wilt draaien.

Wat is Proxmox VE precies?

Proxmox Virtual Environment is een compleet, open source platform voor virtualisatie, gebouwd op Debian Linux. Je installeert het rechtstreeks op je hardware — een zogeheten bare-metal installatie — waarna je via een webinterface virtuele machines (met KVM) en lichtgewicht containers (met LXC) aanmaakt en beheert, inclusief software-defined opslag, netwerken en back-up/restore.

Voor een thuisserver is het praktische voordeel simpel: in plaats van Pi-hole, Nextcloud, Jellyfin en Home Assistant allemaal naast elkaar op dezelfde installatie te draaien, geef je elke dienst zijn eigen geïsoleerde virtuele machine of container. Loopt er iets vast of wil je iets grondig testen, dan raakt dat de andere diensten niet.

Wat heb je nodig?

  • vereist64-bit processor (Intel 64 of AMD64) met virtualisatie-ondersteuning: Intel VT-x of AMD-V, vaak apart in te schakelen in de BIOS/UEFI
  • minimum1 GB RAM om te testen — voor serieus gebruik met meerdere virtuele machines is 8 GB of meer prettiger
  • aanbevolenEen SSD in plaats van een harde schijf: merkbaar sneller, zeker met meerdere virtuele machines tegelijk
  • vereistEén netwerkkaart (ethernet aanbevolen boven wifi)
  • let opProxmox VE is een bare-metal installer: de volledige schijf die je selecteert wordt gewist. Zet belangrijke bestanden dus eerst ergens anders veilig

De meeste oude desktops en laptops van de afgelopen tien jaar voldoen ruimschoots, zolang virtualisatie in de BIOS/UEFI-instellingen aanstaat.

Installatie

  1. Download het ISO-image

    Haal de nieuwste Proxmox VE ISO op via de officiële downloadpagina van proxmox.com. Het bestand bevat een compleet installatie-image.

  2. Zet het ISO op een USB-stick

    Schrijf het ISO-bestand naar een USB-stick (minimaal 8 GB) met een programma als Rufus (Windows) of balenaEtcher (Windows/macOS/Linux). Dit maakt de stick opstartbaar.

  3. Start op vanaf de USB-stick

    Sluit de USB-stick aan op je oude computer, start op en kies in het opstartmenu (vaak via F12, F11 of Esc tijdens het opstarten) de USB-stick als opstartmedium. Druk op Enter om de installatiewizard te starten.

  4. Doorloop de installatiewizard

    Kies de doelschijf, tijdzone en toetsenbordindeling, en stel een wachtwoord en e-mailadres voor de beheerder in. De wizard rondt de installatie automatisch af.

  5. Open de webinterface

    Na een herstart is Proxmox VE direct bereikbaar via de browser — geen aparte installatie van een beheertool nodig:

    webinterface
    $ open browser
    https://<ip-adres-van-je-server>:8006

Gebruik

Na het inloggen op de webinterface maak je een virtuele machine of container aan via de knop "Create VM" of "Create CT" rechtsboven. Bij een virtuele machine (VM) koppel je een ISO-bestand van het besturingssysteem dat je wilt installeren en wijs je CPU, geheugen en schijfruimte toe — een volledig zelfstandig systeem. Een LXC-container is lichter: die deelt de Linux-kernel met Proxmox zelf, start sneller op en gebruikt minder geheugen, en is daarmee vaak de betere keuze voor de diensten van de vorige pagina.

Elke VM of container krijgt een eigen IP-adres op je netwerk en draait volledig los van de andere. Via het dashboard zie je in één oogopslag het CPU-, geheugen- en opslaggebruik van elke machine.

koppeling met de diensten-pagina

Wil je Pi-hole, Nextcloud, Jellyfin, Home Assistant en Syncthing naast elkaar draaien? Zet ze dan elk in hun eigen LXC-container of VM binnen Proxmox, in plaats van allemaal rechtstreeks op dezelfde installatie. De installatiestappen op die pagina's blijven vrijwel hetzelfde — je voert ze alleen uit ín een container of VM in plaats van op de fysieke machine zelf.

Voor- en nadelen tegenover een gewone Linux-installatie

Voordeel

  • Diensten volledig van elkaar gescheiden — een crash in de één raakt de ander niet
  • Snapshots: maak voor een update een momentopname, en zet alles met één klik terug als iets misgaat
  • Vrij experimenteren met nieuwe software, zonder je hele server op het spel te zetten

Nadeel

  • Extra laag complexiteit ten opzichte van één Linux-installatie met Docker
  • Iets meer geheugen- en CPU-overhead door de virtualisatie zelf
  • Een leercurve als je nog nooit met virtuele machines hebt gewerkt